Lagere loonlasten voor meer dan twee miljoen werknemers, een waardig basispensioen voor alle gepensioneerden en een gelijk mobiliteitsbudget voor het woon-werkverkeer van elke werknemer. Het is maar een greep uit de meer dan 100 voorstellen die Groen zal voorleggen aan haar leden op het Impulscongres van 19 en 20 oktober in Brugge. Met haar maatregelen wil Groen mensen meer inkomen en minder vervuiling bieden.

Het Impulscongres zal het sluitstuk zijn van een intens participatief traject onder leiding van congresvoorzitters Elke Van den Brandt en Kristof Calvo. “De droom dat kinderen en jongeren het beter moeten hebben, lijkt vrijwel opgegeven. Een samenleving die dat doet, levert zich over aan negativisme. Groen neemt de handschoen op en wil tonen dat het anders en beter kan. Het is dan ook niet toevallig dat we net nu het Impulscongres organiseren en ten rade gingen bij een brede groep van academici, organisaties en burgers. Meer dan 100 externe experten werden aangespoord om hun ideeën met ons te delen. Dat resulteerde in meer dan 100 impulsnota’s. Leden en sympathisanten zorgden samen voor meer dan 5000 digitale interacties. Het resultaat zijn 100 concrete beleidsvoorstellen waarover onze leden zich zullen kunnen uitspreken op het Impulscongres,” aldus Kristof Calvo.

“Groen trekt complexloos de kaart van hervormingen. Onze voorstellen zijn concreet en bestrijken alle maatschappelijke domeinen. Ze gaan over het sociale én over het leefmilieu. Beiden zijn voor ons even belangrijk. Met dit congres maken we de noodzakelijke hervormingen tastbaar die het dagelijks leven van mensen verbeteren,” zegt Elke Van den Brandt.

“Vanuit de groeiende problematiek van de klimaatverandering en de milieuvervuiling komt Groen met ambitieuze maatregelen voor een gezondere leefomgeving voor de mens. Tegelijkertijd schuift de partij oplossingen naar voren voor een dynamischere arbeidsmarkt, het aanpakken van de toenemende ongelijkheid en een rechtvaardigere fiscaliteit. Bij Groen krijg je twee voor de prijs van een: meer inkomen en minder vervuiling,” aldus Groen-voorzitter Wouter Van Besien.

Alle voorstellen die worden voorgelegd aan het congres voldoen aan vier toetsstenen. Ze zijn rechtvaardig (de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten), eenvoudig (voor iedereen duidelijk), duurzaam (ecologisch duurt het langst) en betaalbaar (betaalbaar voor iedereen en voor de overheid financieel haalbaar). “Neem bijvoorbeeld het basispensioen voor iedereen,” legt partijvoorzitter Wouter Van Besien uit: “Dat is rechtvaardig want het tilt iedereen boven de armoedegrens, het is eenvoudig want het maakt een eind aan alle uitzonderingen waarin ouderen verloren lopen, het is duurzaam omdat dit model ook houdbaar blijft voor de komende generaties en het is betaalbaar als we ziften in de vele bestaande stelsels en inzetten op dit voorstel.”

Er is gewerkt rond vier concrete thema’s: ondernemen en werk, loopbanen, fiscaliteit, klimaat en gezondheid. Per thema worden een twintigtal beleidsmaatregelen voorgesteld. De meest in het oog springende voorstellen vindt u hieronder.

 

Thema 1: Fiscaliteit

De manier waarop onze fiscaliteit vandaag is georganiseerd, is absoluut niet rechtvaardig. De sterkste schouders dragen proportioneel minder lasten en dat wil Groen corrigeren. Door de lasten rechtvaardiger te verdelen, kunnen heel wat lasten – waaronder die op arbeid maar ook bvb de registratierechten – gevoelig naar omlaag tot zelfs geschrapt worden waardoor belastingen voor iedereen betaalbaar blijven. Onze fiscaliteit is ook absoluut niet duurzaam. Op vlak van milieufiscaliteit bengelen we achteraan het Europese peloton. Nochtans kan fiscaliteit als een sterke hefboom worden ingezet voor een meer duurzame productie en consumptie. Naast deze verschuiving is Groen ook sterke pleitbezorger van een vereenvoudiging en een verwitting van onze fiscaliteit. Onze huidige fiscaliteit is te ingewikkeld. Enkel boekhouders en experten kunnen er nog aan uit. Mensen die zich geen boekhouder kunnen veroorloven – de meeste mensen – betalen hierdoor te veel belastingen. De fiscaliteit eenvoudiger maken zal niet alleen het draagvlak ervan vergroten maar is tegelijk ook een belangrijke sociale maatregel.

  • Lagere lasten op arbeid via een verschuiving van lasten

Omdat inkomens uit arbeid in verhouding tot inkomens uit vermogens pakken meer worden belast, verlagen we de lasten op arbeid gevoelig. Deze lastenverlaging worden gecompenseerd door een hogere bijdrage uit vermogensrendement en ecofiscaliteit. Als eerste stap in de groene verschuiving van lasten op arbeid naar vermogen en vervuiling wil Groen de loonlasten verlagen voor lonen die lager liggen dan een gemiddeld voltijds loon.

  • Via het progressief maken van de werkgeversbijdrage op lonen lager dan een gemiddeld brutoloon. Op het einde van de berekening wordt een progressiviteitscorrectie doorgevoerd: hoe lager het loon, hoe minder bijdrage de werkgever betaalt. Zo wordt aanwerven voor de werkgever interessanter, vooral in laagverloonde, arbeidsintensieve functies.
  • Via een loonbonus voor wie een lager dan gemiddeld loon heeft. Wanneer werknemers een voltijds equivalent brutoloon hebben dat lager ligt dan het ‘referentieloon’ (het mediaanbrutoloon tijdens het aanslagjaar), geeft de overheid hen een belastingkrediet dat een vast percentage (bv 5 procent) van het verschil tussen het eigen loon en het referentieloon dichtrijdt. We verrekenen dit meteen in de bedrijfsvoorheffing zodat de werknemer niet anderhalf jaar moet wachten. Zo wordt werken voor de werknemer interessanter en houdt zij/hij een hoger nettoloon over.

 

  • Steunmaatregelen rechtstreeks toekennen en niet via de belastingbrief

De wirwar aan fiscale gunstregimes heeft ons fiscaal systeem onbegrijpelijk complex gemaakt. Mensen vinden er hun weg niet in terug en mislopen zo heel wat voordelen. Ze heeft bovendien heel wat achterpoortjes gecreëerd die het draagkrachtprincipe ondermijnen. Daarom wil Groen het overgrote deel van die fiscale gunstregimes laten uitdoven en het beleid dat ze beogen, regelen via niet-fiscale systemen. Zo is het veel logischer en efficiënter om een gezin met een kind dat een beperking heeft een verhoogd kindergeld te geven in plaats van een belastingvermindering in de personenbelasting waarvan men het voordeel pas twee jaar later ontvangt. Wat betreft de energiebesparende maatregelen, die kunnen best gebeuren via kortingen op de factuur en niet met fiscale kortingen.

  • Tarieven vennootschapsbelasting verlagen door fiscale gunstregimes in te perken 

Het groeiende aantal fiscale gunstregimes maakt het grote bedrijven steeds makkelijker om hun winsten boekhoudkundig zwaar te manipuleren. Sterker nog: door deze fiscale voordelen slaagt een kransje van de meest kapitaalkrachtige bedrijven er in hun billijke fiscale bijdrage bijna volledig te ontlopen. De invoering van een minimumbelasting voor bedrijven is een slechte oplossing voor dit probleem. Ze bestrijdt enkel het symptoom (verregaande fiscale ontwijking) en niet de oorzaak (een ontspoord systeem van fiscale voordelen). Groen wil verder gaan dan symptoombestrijding en het probleem bij de wortel aanpakken. Dat kan door het budget-neutraal afschaffen of inperken van zoveel mogelijk fiscale gunstregimes. Met het geld dat daardoor vrijkomt willen we vervolgens de tarieven in de vennootschapsbelasting verlagen naar een niveau dat billijker is voor KMO’s. Zo komt er voor KMO’s ruimte om te investeren en te verduurzamen. Op Europees niveau willen we de vennootschapsbelasting veel verregaander harmoniseren.

  • Beloning voor transparante fiscale aangifte

Groen wil ondernemers belonen die elk kwartaal een transparant verslag doorsturen naar de fiscus met daarin de fiscale keuzes en gegevens van de onderneming. Het gaat dan bijvoorbeeld om de gehanteerde regels voor afschrijftermijnen, voorraadwaarderingen, het boeken van transfers tussen bedrijfsafdelingen en dergelijke. Na het doorsturen van de gegevens krijgt de fiscus een kwartaal de tijd om beroep aan te tekenen tegen de gemaakte keuzes. Als er binnen deze termijn geen beroep komt, dan worden ze als goedgekeurd beschouwd voor het kwartaal in kwestie. Een bijkomende beloning naast deze versnelde rechtszekerheid is het feit dat hoe meer informatie de ondernemer geeft, hoe lager hij of zij zal staan op de prioriteitenlijst voor fiscale controles. Deze regeling geeft meer zekerheid voor zowel de ondernemer als voor de fiscus. Ze creëert een klimaat van overleg en vertrouwen tussen beiden.

 

Thema 2: loopbanen

Met haar voorstellen rond loopbanen wil Groen meer mensen aan het werk en ook langer aan het werk maar dan wel op een gezonde en evenwichtige manier en tegen een correcte verloning. Dat is rechtvaardig en op termijn het meest duurzame voor onze samenleving. Het houdt ons sociaal stelsel en onze pensioenen betaalbaar. Onze arbeidsmarkt en pensioenstelsel roepen om een reeks hervormingen die scheeftrekkingen wegwerken en blokkades opruimen. Door te wieden in de vele uitzonderingsstelsels, in het ingewikkelde systeem van toekenning van verloven en vergoeding, kan het ook een stuk eenvoudiger. 

  • Jongere werknemers beter verlonen

Jonge werknemers verdienen vaak een heel pak minder dan oudere werknemers in dezelfde functie, door de doorwerking van de anciënniteit. Terwijl deze jongeren net wel op het punt staan de grootste investeringen van hun leven te doen. We passen daarom de weddenschalen geleidelijk aan zodat de lonen hoger starten maar na verloop van tijd afvlakken. In het begin van je loopbaan verdien je dus meer dan in het huidige bestel, op het einde minder maar in totaal krijg je hetzelfde bedrag. Deze maatregel zal ook toelaten dat oudere werknemers aantrekkelijk blijven om aan te werven en sneller geneigd zullen zijn om een nieuwe job aan te vatten.

  • Zorgverloven vereenvoudigen en versterken

De huidige mogelijkheden om zorgverlof op te nemen, zijn vandaag een kluwen. Nochtans is de informele mantelzorg een zeer belangrijke schakel in de toekomst van de zorg. Groen voert daarom een vereenvoudiging door. We realiseren een zorgverlofstelsel met twee takken: een tak ‘opvoeding en zorg voor kinderen’ en een tak ‘zorg voor zieken en zwaar zorgbehoevenden’. In de eerste tak evolueert het huidige tijdskrediet voor jonge kinderen naar een kindgebonden recht van vier maanden voltijds-equivalent dat verdeeld kan worden over ouders, grootouders, enzovoort. De andere tak evolueert op langere termijn in de richting van een garantie op voldoende tijd binnen de loopbaan voor het opnemen van zorg.

  • Een universeel basispensioen als buffer tegen armoede en een werksupplement dat overeenstemt met aantal gewerkte jaren

Een universeel basispensioen voor iedereen boven de 65 jaar dat overeenkomt met het bedrag van de armoededrempel garandeert dat mensen op pensioengerechtigde leeftijd een waardig inkomen krijgen. In 2013 gaat het om 1.000 euro behalve voor wie geen enkel jaar gewerkt heeft én samenwoont, die krijgt 750 euro. Daarboven komt het werksupplement afhankelijk van het aantal gewerkte jaren, zodat werken blijft lonen. Groen houdt hiervoor rekening met het aantal gewerkte jaren in plaats van een vaste pensioenleeftijd waarbij 42 jaar als norm wordt gehanteerd. Het basispensioen garandeert het recht op een menswaardige oude dag voor iedereen en betekent een enorme administratieve vereenvoudiging. Het bestaansmiddelenonderzoek bij de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) is dan niet meer nodig, net zo min als de complexe berekening van het minimumpensioen. Het leidt tot een uiterst efficiënte automatische rechtentoekenning: gepensioneerden vallen niet meer uit de boot omdat ze hun rechten niet kennen. De meerkost wordt gefinancierd via de uitdoving van de gezins-, echtscheidings- en overlevingspensioenen, de vermindering van gelijkgestelde periodes, en de besparing op de administratie.

  • Een inkomensafhankelijke kinderbijslag

Het basisbedrag voor het eerste kind in de huidige regeling als algemene ondersteuning voor ieder kind wordt behouden. Een kind uit een rijk gezin waarvan het inkomen bij de 10 procent hoogste inkomens ligt, krijgt het basisbedrag, voor een kind uit alle andere gezinnen wordt het basisbedrag aangevuld met een degressieve inkomensafhankelijke uitkering. Zo krijgen ouders van kinderen die het meer nodig hebben een hogere uitkering. 

 

Thema 3: Ondernemen en werk

Ons land kent vele ondernemers en gemotiveerde, toegewijde arbeidskrachten. Die moeten we koesteren. Zij zorgen voor innovatie en heel wat werk. Toch wordt het hen niet makkelijk gemaakt: een moeilijk investeringsklimaat, besparende overheden, een kluwen aan regelgeving, stijgende werkloosheidscijfers vooral bij jongeren,….  We moeten uit deze negatieve spiraal en dat kan door op een eenvoudige manier duurzame investeringen mogelijk te maken via het activeren van slapend spaargeld. Door dat geld te pompen in duurzame initiatieven worden alle burgers er beter van. Onze maatschappij wordt dan opnieuw innovatief met een duurzame productie die werkgelegenheid creëert, waar we via gegarandeerde stageplaatsen ook meer jongeren naartoe leiden. Groen wil het ondernemersklimaat verbeteren door een vereenvoudiging van overheidssteun (bv in het doelgroepenbeleid) en een slimmere normering in het voordeel van de consument (bv rond de levensduur van producten). 

  • Investeren van slapend spaargeld

Ongeveer 240 miljard euro slaapt momenteel op spaarboekjes van Belgen. Groen wil dit enorm kapitaal mobiliseren. Dit door een volkslening uit te schrijven via een ‘Green New Deal’-beleggingsfonds Dit publieke investeringsfonds wordt beheerd door de overheidsbank Belfius. Het biedt een ruime waaier aan veilige beleggingen in de toekomst van het eigen land. Een voorbeeld hiervan zijn beleggingen in projecten voor energiebesparing bij overheid en bedrijven. Deze beleggingen leveren een hoger rendement dan spaarboekjes kunnen bieden en geven een boost aan duurzame ontwikkelingen in ons land.

  • Alle jongeren krijgen aan het eind van hun studie een stageplaats

Duitsland en Zwitserland houden de jeugdwerkloosheid sinds jaar en dag op een laag niveau. Het veel geroemde Dual-systeem is hiervoor een belangrijke verklaring. Jongeren krijgen op het einde van hun studie een garantie op een stageplaats, doen ervaring op en schuiven relatief gemakkelijk door naar de arbeidsmarkt. Essentieel voor het succes van dit systeem is een beleid waarbij bedrijven in een laagconjunctuur extra inspanningen leveren om meer banen voor jongeren te creëren. In Belgische bedrijven ligt het aantal stageplaatsen voor studenten en scholieren op een structureel laag niveau. Nochtans investeert een bedrijf met een stageplaats in zijn eigen toekomst. Bedrijven met meer dan honderd werknemers moeten per honderd werknemers minstens een stageplaats creëren. Dat moet goed zijn voor minstens 20.000 voltijdse stageplaatsen. Stageplaatsen zijn een belangrijke hefboom naar het vinden van werk. Deze maatregel zal toelaten dat de bijna 45.000 Vlaamse werkloze jongeren sneller aan een job zullen raken.

  • Doelgroepenbeleid vereenvoudigen

De lijst van overheidsmaatregelen met doelgroepkortingen of subsidies is door de jaren heen enorm gegroeid tot vele tientallen plannen en systeempjes. Elke minister van Werk voerde haar of zijn maatregel in maar zelden werd iets stopgezet. Voor werkgevers en werknemers is dit een onwerkbaar kluwen geworden. De overdracht van het doelgroepenbeleid van de federale naar de regionale overheden is een unieke kans om dit beleid administratief sterk te vereenvoudigen. We schaffen daarom na de overdracht alle doelgroepmaatregelen af en vervangen die per doelgroep (laaggeschoolden, culturele minderheden, jongeren, enzovoort) door één maatregel.

  • Ingebouwde veroudering van goederen tegengaan

Veel goederen worden vandaag geproduceerd met een ingebouwde veroudering. Dat betekent dat ze kapot gaan na een bepaalde termijn. Groen wil de vermelding van de normale levensduur van consumptiegoederen invoeren en stelt deze in relatie met de garantieperiode. Voor een koelkast zou bijvoorbeeld moeten worden vermeld: “Vervaardigd voor een gemiddelde gebruiksduur van 9 jaar”. Voor een wasmachine zou de vermelding moeten luiden: “Vervaardigd voor gemiddeld 1.800 wasbeurten”. Voor een auto: “Vervaardigd voor een gebruiksduur van gemiddeld 12 jaar of 250.000 kilometer”. Dit versterkt de positie van de consumenten en remt verspilling af. Producenten die producten met bedrieglijke verouderingsmechanismen op de markt brachten, krijgen administratieve en gerechtelijke sancties. De bijhorende garantie staat in relatie tot de normale levensduur van een product.

 

Thema 4: Klimaat en gezondheid

De klimaatverandering kan aangepakt worden als we vandaag het beleid bijsturen. Nu ze zich steeds nadrukkelijker laat voelen (overstromingen, slopende winters,…) en de luchtvervuiling in het algemeen onze gezondheid aanvreet, kunnen overheden, bedrijven en burgers samen aanpassingen doorvoeren die rechtvaardig zijn en voor iedereen duidelijk. Systemen waarbij werknemers worden aangemoedigd om met de wagen te rijden terwijl andere werknemers die het openbaar vervoer nemen financieel worden afgestraft, zijn niet rechtvaardig en duurzaam. Door middelen te verschuiven waardoor goede inspanningen worden beloond ten koste van maatregelen die een nefaste invloed hebben op onze gezondheid en het leefmilieu, kan een efficiënt en doortastend klimaatbeleid gevoerd worden binnen de bestaande begrotingen.

  • Een sturend en doelmatig klimaatbeleid maakt gebruik van een klimaatbegroting

Groen heeft via de zesde staatshervorming werk gemaakt van meer samenwerking op federaal niveau. Via een systeem van boni en mali worden de gewesten aangezet tot meer verantwoordelijkheid op vlak van de uitstootreductie van broeikasgassen in de gebouwensector. Een gewest dat het beter doet dan de uitstootdoelstellingen krijgt bijkomende middelen. Als een gewest het slechter doet, worden minder middelen ter beschikking gesteld. Aanvullend daarop pleit Groen voor de opmaak van een klimaatbegroting die een limiet aan de uitstoot in elke sector (gebouwen, transport, landbouw enzovoort) stelt. De Nationale Klimaatcommissie neemt de centrale rol op hiervoor. De commissie legt vijfjaarlijkse ‘koolstofbudgetten’ vast voor de verschillende sectoren en overheden. Zij leggen op hun beurt de maximale hoeveelheden broeikasgassen vast voor de komende vijf jaar. De klimaatbegroting wordt op een gelijkaardige manier jaarlijks opgevolgd als de gewone begroting, om vroegtijdig te kunnen bijsturen en te sanctioneren. De klimaatbegroting kan de doelmatigheid van het klimaatbeleid flink vooruit helpen. In het Verenigd Koninkrijk werd dit systeem met succes toegepast. Daar zit men al aan de tweede vijfjaarcyclus van klimaatmeerjarenbegroting. Met een efficiënter klimaatbeleid kunnen we enorme winsten boeken op vlak van volksgezondheid en welbevinden bij de bevolking.

  • Omvorming voordelen voor bedrijfswagens tot flexibel mobiliteitsbudget

Het beleid rond bedrijfswagens is niet alleen complex en chaotisch, het veroorzaakt ook hoge maatschappelijke kosten. Omdat privékilometers met een bedrijfswagen te goedkoop zijn en zelfs goedkoper worden naarmate het aantal gereden kilometers stijgt, nemen mensen steeds vaker de bedrijfswagen voor hun privéverplaatsingen. Zo investeert de overheid miljarden euro’s in een verkeersknoop die onze maatschappij steeds meer kost op vlak van economie, mobiliteit, milieu en gezondheid. Denk maar aan het te veel aan fijn stof dat leidt tot meer geboortes van kinderen met een lager gewicht, meer kinderen met astma, meer hartaanvallen. Daarom willen we de voordelen voor bedrijfswagens omvormen tot een flexibel mobiliteitsbudget voor werknemers. Dit belastingkrediet, dat verrekend wordt in de bedrijfsvoorheffing, is een vast bedrag voor elke werknemer, onafhankelijk van de gebruikte vervoersmiddelen of de woonwerkafstand. Daardoor wordt wie overschakelt van een bedrijfswagen naar de fiets, het openbaar vervoer of dichter bij het werk gaat wonen, niet langer bestraft.

  • Een wettelijk kader voor lage-emissiezones is nodig

We halen de Europese gezondheidsnormen voor luchtkwaliteit niet. Dat geldt onder meer voor de daggrenswaarde voor fijn stof. Van alle milieufactoren zorgt de blootstelling aan fijn stof voor de grootste ziektelast en de hoogste (gezondheids-)kosten in Vlaanderen en Brussel. Ook ozonconcentraties blijven een probleem. Daarom willen we lokale stedelijke overheden in staat stellen om lage-emissiezones  te implementeren als onderdeel van hun luchtbeleid. Dit zijn zones waar voertuigen met een te hoge uitstoot aan fijn stof niet toegelaten zijn. In Duitsland heeft dit instrument zijn nut al bewezen. We scheppen een wettelijk kader met verkeerssignalisatie, een uniform kader voor toelatingscriteria, de uitzonderingen, de wijze van handhaving, de boetebedragen enzovoort. Door invoering van een lage-emissiezone worden mensen gestimuleerd zich te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer te verplaatsen. Bovendien worden milieuvervuilende voertuigen en doorgaand verkeer geweerd. Dat verhoogt de leefbaarheid van onze steden, de woongebieden rond de autosnelwegen en de gezondheid van mensen die daar wonen.

> Download de volledige congrestekst

Share →

One Response to Een impuls voor meer inkomen en minder vervuiling

  1. […] Ik heb een paar workshops gevolgd, waaronder eentje over de toekomst van de groene beweging en een ander over de relevantie van links. Verder ook een introductie over het document dat de basis moet vormen voor het impulscongres dat binnen zes weken de start van de verkiezingscampagne moet betekenen. Het programma en de sprekers van het zomerweekend kan je hier bekijken, de teksten voor het congres hier. […]

Geef een reactie