M.D. Ph.D. Stefaan Van Gool, Kliniekhoofd kinderneuro-oncologie UZ Leuven.

Draadloze communicatie en de daarbij behorende niet-ioniserende straling (NIS) wordt snel geïmplementeerd in het dagelijks gebruik. De draadloze babyfoons bestralen onze pasgeborenen, WiFi bestraalt onze kleuters niet alleen thuis maar willens-nillens ook vanaf de eerste kleuterklas. We leren er mee leven en kunnen niet meer zonder. Nochtans bestaan studies die aantonen dat er negatieve effecten zijn, zowel thermische als biologische. Effecten zijn echter geen ziekte. Er bestaan studies over de verspreiding van bepaalde ziektes die verbanden leggen tussen de blootstelling aan NIS en vaker voorkomen van ziekte, waaronder hersentumoren. Het is terecht dat de hoge gezondheidsraad, maar ook heel wat artsen, er sterk voor pleiten om het voorzorgsbeginsel te hanteren en de normen zo laag als mogelijk te brengen. Normen zullen gedeeltelijk bepaald worden door noden, die al dan niet kunstmatig ingevoerd worden.

Heel het debat moet zich dus niet alleen richten op de economische belangen, en op de belangen van milieu, maar op welzijn in het algemeen.

Lees hier de volledige nota: impuls#8 – Stefaan Van Gool – Straling, wat moeten we er van denken

Tagged with →  
Share →

3 Responses to Stefaan Van Gool – Straling: wat moeten we er van denken?

  1. Stefaan Colpaert zegt:

    Dat we voorzichtig en met mate moeten omspringen met de ons omringende technologie die ons met een hoeknusheids-, hoevooruitgangs- en hoegemakkelijkheidsgedachte erbovenop wordt ingelepeld, het is met nieuwere op de markt komende medicatie ook het geval (weten medici over het algemeen wel).
    Tegelijkertijd moet ook worden onderkend dat, vaak door gebrek aan studiewerk hieromtrent (het beschikbare geld wordt in ander soort studies gestoken), bovengenoemde dan dogmatisch beleefde gedachten (die ingeleplede) (het dogma is de zetel van het menslijke denken) het vaak halen in de dagelijks functioneel bepaalde werkelijkheid, waarvan Heidegger zegt dat de mens hiervan uiteindelijk (niet meer dan) zelf een onderdeel zal worden (U hebt ook een gsm, ik ook).
    Binnen die context kan dan ook begrepen dat de mens ook een zijn met de ander en het andere aanvaardt (we zitten uiteindelijk met z’n allen in de zelfde maalstroom, op dat tijdstip, in die uithoek van het heelal), zelfs in die mate dat hij/zij hierdoor autonoom deficiënt is en wordt (van dezelfde grootte orde als de dialectische verhouding ziekte/gezondheid) ( ook nog “Sein zum Tode”)..
    Het zal dus een tijdje duren, als het er ooit van komt, vooraleer die enkele gevoeligen (die een maligne glioom ontwikkelen aan de “gsm-kant”) in (ondanks) een gevallen/controle formaat voldoende gewicht kunnen vormen om uiteindelijk de technologie alweer een stukje vooruit te moeten helpen (gsm’s (en soortgenoten)) die onze hersenen niet meer opwarmen).

  2. Tim H. zegt:

    Een thema dat dringend meer aandacht verdient!!

    Meneer van Gool benadert de problematiek als oncoloog, maar behalve het verband met kanker zijn er nog tal van andere mogelijke gevolgen voor de gezondheid, ook op korte termijn: concentratiestoornissen, leerproblemen, slapeloosheid, tinitus, gevoel van onrust, etc.

    Bekijk zeker even de site van vzw Beperk de Straling (www.beperkdestraling.org). Verhelderend en vooral goed onderbouwd. Er worden bovendien praktische richtlijnen voorgesteld om op een eenvoudige en goedkope manier de straling te beperken.
    (vb. door ’s nachts – wanneer er minder capaciteit nodig is – slechts de zendmasten van 1 van de 4 operatoren te gebruiken, en vele andere)

    • stefaan colpaert zegt:

      1) In principe, hoe harder de eindpunten (en cijfers), hoe zwaarder het dan wetenschappelijk onderbouwde argument (dat is althans hoe er conventioneel tegen wetenschap wordt aangekeken) (hoewel ellenlang kan verder bediscussiëerd wat hoehardheid is, of nog over het belang van conventie in het maatschappelijke gebeuren).
      2) In die zoektocht naar argument moet ook rekening gehouden met welke studie pragmatisch haalbaar is (de mens komt daarbij vaak moeilijker los van z’n/haar hypothese dan diezelfde mens zich dat aan zichzelf kan toegeven). De wetenschapper zal daarop antwoorden dat wat empirisch meet- en verifiëerbaar is hierbij de voorkeur verdient, het pragma zelf haalt echter vaak de bovenhand.
      3) Er is ook beperking in emissiemogelijkheid (wat kan gezegd, wat maatschappelijk (in z’n meest verscheiden vormen) draagbaar wordt geacht), ook in wetenschap. In het concrete geval van collega Van Gool is er die gelarveerde suggestie, waarbij de arts de confrontatie van de communiteit met z’n/haar menselijk leed, noodgedwongen voor zich houdt. Transparantie blijft een moeilijke oefening.

Geef een reactie