Prof. dr. Anja Declercq, hoofd cel Ouderenzorgonderzoek LUCAS en hoofddocent Faculteit Sociale Wetenschappen KULeuven.

Door de vergrijzing zal een toenemend aantal hoogbejaarde mensen in de komende decennia zorg nodig hebben. Zorg die de overheid steeds meer zoekt in de naaste omgeving bij partner, kind, goede vriend of buur, omdat men bang is dat de formele zorg een gat in de begroting zal slaan en de vraag niet zal kunnen volgen. Maar is die nadruk op mantelzorg wel realistisch gezien de veranderende maatschappij? Zullen er wel voldoende mensen (bereid) zijn om die zorg op te nemen?

Heel wat evoluties, zoals veranderingen in relaties, in gezinnen en op de arbeidsmarkt, zorgen ervoor dat zowel mantelzorgers als de maatschappij voor uitdagingen worden gesteld. Om een antwoord te vinden op die uitdagingen is een totaalbeleid nodig dat de bevoegdheden van één minister overstijgt en dat inpikt op verschillende aspecten van het leven: werken, zorgen, professionele ondersteuning en pensioenen. Waarom stimuleert de overheid niet dat mensen hun arbeidsduur geleidelijk afbouwen en de vrij gekomen tijd spenderen aan mantelzorg, bijvoorbeeld door die mantelzorgtijd mee te laten tellen voor de pensioenberekening? Waarom leggen de zorgprofessionals niet (nog) meer nadruk op het ondersteunen van de mantelzorger? Waarom nemen we zelf geen zorg op voor die alleenstaande oudere in onze straat? De zorg voor ouderen is uiteindelijk een verantwoordelijkheid van iedereen, niet alleen van de naaste familieleden, van formele zorgorganisaties of van de overheid.

“Waarom stimuleert de overheid niet dat mensen hun arbeidsduur geleidelijk afbouwen en de vrij gekomen tijd spenderen aan mantelzorg, bijvoorbeeld door die mantelzorgtijd mee te laten tellen voor de pensioenberekening?”

Lees hier de volledige nota: Impuls#4 – Anja Declercq – De mantelzorg van de toekomst

Tagged with →  
Share →

4 Responses to Anja Declercq – De mantelzorg van de toekomst

  1. Stefaan Colpaert zegt:

    Als we met z’n allen langer moeten gaan werken, kun je inderdaad voorstander zijn om mantelzorg ook als maatschappelijk verdienstelijk werk te honoreren. Omdat we met z’n allen niet meer zo kroostrijk zijn, zal veel van die mantelzorg desondanks dienen ingevuld door meer aan huis verpleging.
    Een alternatief is de geïnstitutionaliseerde zorg proberen goedkoper te maken (bvb. meer rustoorden met mogelijkheden, minder ziekenhuis (deze laatste dan reserveren voor hospitaal gerelateerde interventie). Dat is niet nieuw, de vraag is of de snelheid ervan de demografische evolutie wel voldoende op de hielen zit.
    Ook lijkt het aangaan van een maatschappelijk debat over hoe lang we leven willen en aan welke kwaliteit wellicht toch een noodzaak (we zijn biinnenkort toch met heel wat ouderen). Een debat dat heden de muren van de micro-context arts-pt-familie niet doorbreekt.

  2. Anja Declercq zegt:

    Met mantelzorg alleen komen we er inderdaad niet, thuisverpleging en gezinszorg zijn zeker nodig. En ook andere, nieuwere vormen van thuiszorg, zoals ergotherapie aan huis of een dementieconsulent.
    Het goedkoper maken van de residentiële zorg lijkt me minder een oplossing (ik ben het er wel mee eens dat die betaalbaar moet zijn voor iedereen die er nood aan heeft). Men wil immers liever thuis blijven. Ouderen geven zelf aan dat ze alleen ‘als het niet anders kan’ naar een woonzorgcentrum willen; Dat is ook te merken aan de huidige populatie: wie naar een wzc gaat, heeft een erg hoge zorgnood, die thuis niet meer vol te houden is. Ik denk dat we eerder moeten zoeken naar alternatieven tussenin: vormen van groepswonen (zou misschien ook de eenzaamheidsproblematiek kunnen verminderen), andere manieren van wonen en zorgen. We moeten wat meer buiten de lijntjes gaan nadenken. En we zijn daar inderdaad behoorlijk laat mee.
    Een maatschappelijk debat over hoe lang we willen leven… dat lijkt me een zeer individuele zaak, eerlijk gezegd.

    • Stefaan Colpaert zegt:

      Dank voor Uw repliek.
      1) Wist je dat vrouwen liever in een ziekenhuis, mannen liever thuis sterven. Dat er met andere woorden ook tot op het einde van het leven gender verschillen meespelen, al dan niet cultuurhistorisch bepaald, die ook rond bereidwilligheid om de oude dag onder welke vorm dan ook, maar meer in groepsverband, te beleven (waarbij we ook wel kunnen durven onder ogen zien dat het de bedoeling is kostenbeheersend te werken, door bvb.ook hoge zorgnood thuis te houden) (of door bijvoorbeeld geen zorgproblemen meer in ziekenhuizen op te nemen als tussenstation voor plaatsing, wat echter nog maar al te vaak gebeurt).
      2) Ik weet niet zeker of levensverwachting louter individueel ingevuld wordt. Ik denk dat in de rijkere delen van de wereld er een prat gaan is op de dan locale gemiddelde levensverwachting, en het merendeel van ons er zich ook aan spiegelt (ook trouwens diegene die zich niet verzorgt), en laat ons toegeven, niet tevreden zou zijn met minder.
      Dat is niet steeds zo geweest. Pakweg een iets meer dan honderd jaar terug was er die garantie niet. Het heeft voor gevolg dat we nu de neiging hebben mee te draaien tot aan ons pensioen, om dan het uitgestelde te verwezenlijken, waarbij het besef van zelfs onmetelijke uitrekbaarheid van het leven vaak slechts in het aanschijn van de dood abrupt verbroken wordt (en dat terwijl de mens eigenlijk cyclisch existeert). In dit kader gevoerd, kan het voorgestelde dan toch maatschappelijk debat zelfs een conditio sine qua non vormen voor een nieuw evenwicht zorgnood/kost.

  3. Stefaan Colpaert zegt:

    Over het gender verschil kan ook nog gedacht dat het een eerder pragmatische werkelijkheid is, dat eenmaal de vrouw voor haar man zorgde en weduwe werd, ze liever naar een rustoord toegaat “om iemand te hebben om mee te kunnen praten”

Geef een reactie