Jeroen Gillabel, beleidsmedewerker duurzaam materialenbeleid bij Bond Beter Leefmilieu.

In Vlaanderen zijn we kampioen als het op afval sorteren aankomt. Meer dan 70% van ons afval wordt selectief aangeboden voor verwerking. Hierdoor is de hoeveelheid restafval in onze regio (150 kg/inwoner) bij de laagste in Europa. Om dit afval te verbranden beschikt Vlaanderen momenteel over maar liefst 13 afvalverbrandingsinstallaties. De laatste 15 jaar is de capaciteit voor afvalverbranding in Vlaanderen sterk toegenomen, ondanks de goede resultaten op vlak van selectieve inzameling. Onder impuls van enerzijds een verbod op het storten van brandbaar afval, en anderzijds het verpakken van afvalverbrandingsinstallaties als energiecentrales, dreigt afvalverbranding een structureel onderdeel van de economie te worden. Dit is slecht nieuws, zowel voor de klimaatverandering als voor de transitie naar een kringloop-economie.

Daarom is het dringend tijd dat Vlaanderen een maatschappelijk signaal geeft door duidelijk te stellen dat er op lange termijn geen plaats meer is in onze samenleving voor het verbranden van restafval. Om dit ook in de praktijk te realiseren, moet een exit-strategie ontwikkeld worden, bestaande uit verschillende beleidsmaatregelen die enerzijds inzetten op minder materiaalverbruik en meer recyclage, en anderzijds op het uitfaseren van de verbrandingscapaciteit. Zo kunnen we de transitie naar een duurzame kringloop-economie in goede banen leiden.

 

Lees de volledige nota: Impuls #96 – Jeroen Gillabel – Een exit-strategie voor afvalverbranding

Share →

One Response to Jeroen Gillabel – Een exit-strategie voor afvalverbranding

  1. Afval verbranden verloopt momenteel redelijk veilig, ’t Is te zeggen de emissieprestatie zijn even goed of slecht als die van andere industriële verbrandingsprocessen. Vroeger was dat anders. Maar dat wil niet zeggen dat Jeroen Gillabel ongelijk zou hebben.

    De belangrijkste drijfveer voor het afbouwen van afvalverbranding moet zijn het behoud van de materialen… recyclage of hergebruik bevorderen. De schaarste aan materialen en grondstoffen wordt de uitdaging van de toekomst. En aangezien het respecteren van een hiërarchie waarbij hergebruik en recyclage hoger aangeschreven staat dan verbranden een wettelijke doelstelling is, zowel in de Europese Kaderrichtlijn Afval als in het Vlaamse Materialendecreet, heeft een consequente overheid eigenlijk geen keuze. ik stel daarom enkele heel concrete beleidsmaatregelen voor:

    1. Maak verbranden duurder dan recyclage, ook als het W2E (waste ot energy) of energierecyclage of zo genoemd wordt. Het instrument bij uitstek hiertoe bestaat al; de Vlaamse verbrandingsheffingen. Schaf die dus niet af, al zijn er plannen in die richting, maar verstek ze. Zorg wél dat storten steeds duurder blijft dan verbranden, dus pas ook de stortheffingen aan.

    2. Let op met groene stroom certificaten uit energiewinning uit afval (=afvalverbranding). Maak een onderscheid tussen écht groene stroom (wind, zon, water etc…) waar helemaal geen fossiele C02 uitgestoten wordt, en een soort grijsgroene stroom, zoals afvalverbranden waarbij fossiele C02 alsnog uitgestoten wordt, al dan niet na een kort of lang gebruik als plastiek. Grijsgroen is nog steeds beter dan rechtstreekse fossiele energieproductie of dan doodgevaarlijke kernenergieproductie, maar niet zo goed als wind, zon en water.

    3. Behoudt wel veilige verbrandingscapaciteit. Sommige afvalstoffen zijn niet te recycleren (jammergenoeg, en zelfs als we ze niet meer zouden maken zitten er nog een heleboel in het afval her en der) of mogen niet gerecycleerd worden (PCB’s bijvoorbeeld) of vragen om andere redenen verbranding (medisch afval, dolle-koeien-dierlijk afval…). Verbranden, ja dus. Maar voor specifieke gevaarlijke afvalstoffen.

    4. Zorg dat de verbrandingscapaciteit kleiner is dan de vraag, zo creëer je een marktdruk om inventieve recyclage uit te bouwen.

    5. Doe dit hand-in-hand met een streng en restrictief exportbeleid. Wat helpt het om kunststoffen uit onze verbrandingsinstallaties te houden als we het exporteren naar India of Bangladesh voor ‘recyclage’ onder soms erbarmelijke milieu- en sociale condities.

    6. spreek ook federale bevoegdheden aan: zorg via de Wet op het Productbeleid dat het op de markt zetten van niet- recycleerbare of niet gerecycleerde producten of verpakkingen (het botervlootje bijvoorbeeld, of de capri-sun verpakking, of het yoghurtpotje, of de roodgekleurde spa-petfles…) finaal verboden worden. Ook hiervoor bestaan reeds wettelijke maar niet toegepaste middelen. Alvast voor verpakking zijn er de ‘essentiële eisen’ uit de Europese Verpakkingsrichtlijn. Maar niets belet de wetgever dit ruimer toe te passen ook op andere niet-gerecycleerde producten.

    7. Tenslotte, bepaal een preventiedoelstelling, maak die meetbaar en pas ze toe. Europa werkt er aan, maar niets belet ons sneller en strenger te zijn. Preventie is immers de hoogste trap op de afvalverwerkingshiërarchie.

    groeten,

    Mike Van Acoleyen

Geef een reactie