Jan Van Bavel, hoogleraar demografie KU Leuven.

Het is ondertussen een gekende mantra. We moeten met zijn allen meer aan het werk, en we zullen daarom met zijn allen langer moeten werken. Dat we te vroeg de arbeidsmarkt verlaten legt een hypotheek op de betaalbaarheid van onze pensioenen. Wie werkt, draagt bij, en helpt op die manier de factuur van de sociale zekerheid betalen. Maar we staren ons in het debat rond de betaalbaarheid van de vergrijzing blind op het verhogen van de werkzaamheid van oudere werknemers. Tal van andere groepen zijn ondervertegenwoordigd op onze arbeidsmarkt, en kunnen evenzeer de kost van vergrijzing meedragen. In deze bijdrage wordt de vinger gelegd op de structurele uitsluiting van ons gekleurd talent. Wie maakt eens de rekensom van de kostprijs van het niet benutten van onze buitenlandse arbeidskrachten?

De evidentie van discriminatie van deze groep is overtuigend. Werkgevers staan weigerachtig tegenover de aanwerving van ‘allochtonen’, tenzij het banen betreft waarvan de kwaliteit dermate is dat nauwelijks nog een ‘autochtoon’ het werk wil doen. Onderzoek heeft aangetoond dat werkgevers anders reageren op een ingestuurde CV naargelang de achtergrond van de kandidaat. Een Nigeriaans-Belgische schrijfster met universitair diploma wordt een job als poetsvrouw aangeboden. Een hooggeschoolde Congolees wordt geschikt bevonden om bananen te verkopen.

Onze gekleurde medemens wordt gediscrimineerd, zoveel is ondertussen duidelijk. Het is een verspilling van creatief en intellectueel talent, en wordt een onhoudbare economische aderlating voor onze maatschappij.

Lees de volledige nota: Impuls#90 – Jan Van Bavel – De kostprijs van racisme

Share →

Geef een reactie