Anneleen Kenis, onderzoekster aan de KULeuven en medeauteur van ‘De mythe van de groene economie. Valstrik, verzet en alternatieven’.

Emissiehandel zit momenteel in een diepe crisis. Terwijl een aantal bedrijven en banken hard lobbiet om het systeem bij te sturen en het te redden, pleiten steeds meer sociale en milieuorganisaties voor de afschaffing ervan. Daar zijn een aantal goede redenen voor. Het emissiehandelsysteem dreigt niet enkel de klimaatverandering nauwelijks of niet tegen te gaan, het leidt ook tot een arsenaal van andere ecologische en sociale catastrofes. Biodiversiteitsverlies, agrobrandstoffen, mensenrechten-schendingen… terwijl het globale Noorden verder gaat met vervuilen, wordt de rekening weer maar eens naar het globale Zuiden doorgeschoven.

Niet voor niets wordt gesproken over een nieuwe vorm van kolonialisme: koolstofkolonialisme. Steeds meer gronden worden in het globale Zuiden ingepalmd om de Westerse uitstoot te ‘compenseren’.

Ondertussen blijft de accumulatiemachine maar draaien. Men wil een prijs plakken op CO2, maar die prijs is door systeemfouten meteen in elkaar gezakt. Bovendien moet de vraag worden gesteld of het überhaupt wel mogelijk is om die prijs hoog genoeg te maken opdat het voor bedrijven een impuls zou zijn om reële veranderingen door te voeren? Die prijs dreigt zo hoog te moeten zijn dat economische en sociale schokken bijna onvermijdelijk zijn.

Lees hier de volledige nota: impuls#21 – Anneleen Kenis – Emissiehandel in crisis, tijd voor iets anders

Tagged with →  
Share →

10 Responses to Anneleen Kenis – Emissiehandel in crisis: tijd voor iets anders

  1. Emmanuel Aguirre y Otegui zegt:

    Ook binnen Groen! zijn we het er blijkbaar niet over eens. Bas Eickhout pleit er immers voor het systeem weliswaar te hervormen, maar wel te behouden. Ik vind de term kolonialisme goed gekozen, en we weten allen tot welke excessen dit leidt… Mijns inziens moeten we voor een éénduidiger systeem gaan, waarbij het doel niet uit het oog mag worden verloren: het verminderen van de emissies. Dit schijnt niet te lukken met het ETS.Het systeem is te vernuftig, zoals vele systemen, en biedt te veel achterpoortjes. Ik steun Anneleen Kenis in haar pleidooi.

  2. RD zegt:

    Wat mevrouw Kenis blijkbaar vergeet is dat de non-ETS sectoren hun reductiedoelstellingen niet halen en de ETS sectoren wel. Hervormingen zijn nodig, maar smijt het kind niet met het badwater weg zonder dat er alternatieven zijn.
    De voordelen van ETS worden niet vernoemd in het artikel. Vergeet niet dat je met een cap & trade systeem de totale uitstoot de variabele is waar je rechtstreeks controle over hebt, met een tax is dit niet mogelijk. Een ETS systeem garandeert ook dat de kost voor de maatschappij voor het verminderen van de uitstoot geminimaliseerd wordt en dat innovatieve bedrijven geld krijgen van de achterliggende bedrijven die veel blijven uitstoten.
    In het artikel wordt het Kyoto ETS systeem en het Europese ETS systeem ook door elkaar gebruikt zonder differentiatie, terwijl er grote verschillen zijn. Lezers met minder achtergrond in deze materie krijgen zo een fout beeld.

  3. M13 zegt:

    De auteur klaagt terecht de gebreken aan van een soort emissiehandel, zoals ze tot stand kwam met flexibele mechanismen, zoals CDM. Om er echter nuttige conclusies uit te trekken, worden echter te veel zaken op één hoopje gegooid en wordt er voorbij gegaan aan de politieke dynamiek achter het Europese en internationale klimaatbeleid. Daarnaast bevat de tekst feitelijke onjuistheden. Om slechts enkele voorbeelden te geven:¨

    -de emissies in de EU lagen in 2011 17% lager dan in 1990, dat is geen “stabilisatie of een lichte daling”

    -de problematiek van biobrandstoffen en ‘land grabbing’ heeft vooral te maken met de EU verplichting om tegen 2020 10% van de energie in transport uit hernieuwbare bronnen te voorzien. Initieel mikten de overheden daarvoor op biobrandstoffen van de eerste generatie. Nu wordt langzaam het beleid bijgesteld. Die discussie staat helemaal los van de werking van de Europese emissiehandel ETS aangezien transport geen deel uitmaakt van de ETS. Het wijst zelfs eerder op het falen van een ‘normerend instrument’ als men de problemen wil verbinden aan een instrument.

    -de handel in emissierechten (bvb. de cap and trade van de Europese ETS) wordt door elkaar gehaald met die in emissiekredieten (zoals CDM). Het zijn op instrumentniveau nochtans twee fundamenteel verschillende systemen. De kritiek die gegeven wordt op scenario’s met een fictieve toekomstige uitstoot, geldt bijvoorbeeld niet voor de ETS als ze met een veiling van emissierechten werkt. Dat laatste is nochtans het systeem waarnaartoe de ETS evolueert in de volgende handelsfase. De mogelijkheid om beroep te doen op flexmex wordt bovendien aanzienlijk gereduceerd.

    -in de internationale klimaatonderhandelingen is de vraag om instrumenten voor emissiehandel zoals de CDM in leven te houden er vooral één die van de landen komt waar de projecten plaatsvinden, omdat het een geldstroom op gang brengt van de geïndustrialiseerde landen naar de opkomende en ontwikkelingslanden. Elke kritiek op emissiehandel zou daarmee rekening moeten houden, het minstens vermelden en alternatieven aanreiken.

    -de reden dat de Europese ETS in crisis verkeert, komt door een initiële over-allocatie aan rechten en de economische crisis, waardoor de emissies lager liggen. Op het niveau van het instrument is er geen groot probleem: het is niet moeilijk om rechten uit roulatie te nemen of om ervoor te zorgen dat de prijs van de rechten terug verhoogt. Voorstellen voor structurele hervormingen van de ETS krijgen moeizaam en traag vorm door de politieke oppositie vanuit lidstaten zoals Polen en de energie-intensieve industrie. Laten uitschijnen dat het vooral de elektriciteitsproducenten zijn die de goede werking van het klimaatbeleid dwarsbomen omdat ze er een centje aan verdienen is een verkeerde voorstelling van zaken. In de ETS bevinden de elektriciteitsproducten zich aan de koopzijde. Het is daarentegen eerder de energie intensieve industrie die voordeel heeft bij de huidige lage prijzen en aanstuurt op een disfunctionele koolstofmarkt.

    -Meer fundamenteel stelt de vraag zich van de machtsverhoudingen in het klimaatbeleid. Diegenen die nu de goede werking van de Europese emissiehandel ETS bemoeilijken of onmogelijk maken, verdwijnen niet met het opdoeken van het instrument. Wat er in de plaats kan komen (een koolstofheffing of normering) botst op dezelfde belangen en nog veel grotere institutionele problemen. Kijk naar de lijdensweg om op Europees vlak de Energy Tax Directive erdoor te krijgen met minimum accijnzen voor brandstoffen: de benodigde unanimiteit maakt ieder vooruitgang erg moeilijk.

    -het argument dat een voldoende hoge koolstofprijs tot een economische crisis leidt, is bizar. Het is een gedroomd argument voor de tegenstanders van elk klimaatbeleid. Want daarmee stelt de auteur dat de kost voor de nodige emissiereducties economisch onhaalbaar is. Als dat zo is, valt dat natuurlijk evenmin met een ander instrument (heffing, normering, …) op te lossen. De meeste studies tonen nochtans aan dat het niet zo is. Enkel als er nog 5 a 10 jaar gewacht wordt, zijn de emissiereducties om een opwarming met meer dan 2 graden te vermijden, zo goed als onhaalbaar.

    -…

    • RD zegt:

      Ik sluit me volledig bij u aan. Ik vind dat deze tekst het niet waardig om tussen de anderen ‘experten’-notas te staan…

  4. Dit blijven natuurlijk discussie over interne werking van emissiehandel, cdmprojecten, cokredieten, het gelijkstellen van lachgas aan co2uitstoot. We kunnen zo een eind doorgaan, waardoor de materie voor een buitenstaander zeer complex en overzichtelijk maakt. Ik vrees dat we hierdoor de definitieve doelstelling uit het oog verliezen. Haalt het hele emissieverhaal het voorooggehaalde effect? Ik heb nog geen rapport van een “neutrale” bron kunnen lezen. Wat me ook zorgen baart is dat laatste reacties zowat anoniem zijn geplaatst.

  5. RD zegt:

    Ik gooi men identiteit niet graag op het net, maar ben wel lid van Groen en verkozen in gemeenteraad. Als je een neutrale bron zoekt moet je de rapporten van het IPCC maar eens lezen. En nogmaals: de ETS sectoren halen hun doelstellingen (die doelstellingen mogen wel veel ambitieuzer zijn), de non-ETS sectoren niet. Wat Kenis voorstelt is van alles een non-ETS sector maken…

  6. Het bekijken waard. Ik zal dit doen met de weinige beschikbare tijd, die ik heb.

  7. Pol Cornelis zegt:

    @RD : Waarom gooit u uw identiteit niet graag op het net? Bang van uw werkgever of bang van uw kiezers
    of…… ?

  8. Emmanuel Aguirre y Otegui zegt:

    Het voorstel om de handel in emissierechten te redden, is verworpen door het Europees Parlement. Stellen dat de uitstoot dankzij het systeem is verminderd is te kort door de bocht. De prijs van de rechten is gezakt door een slechtere economie niet door een inspanning om minder uit te stoten. Tijd dat men afstapt van systemen die speculatie toelaten, die geld toekennen voor inspanningen die ook zouden gebeuren zonder het systeem, maar puur economisch zijn ingegeven. Zoals voor alle taksen en subsidies pleit ik voor transparantie, eenvoud, rechtlijnigheid.

  9. Ulrike Beuck zegt:

    Het huidige Europese emissiehandelssysteem is niet zaligmakend en aan structurele maatregelen toe (bijv. overschotten wegwerken door een grote hoeveelheid emissierechten permanent uit de markt te nemen en door een jaarlijkse uitstootafname van 2,5% in te voeren. Maar essentiële vraag blijft vooral hoe we het ambitieniveau van het Europees klimaatbeleid kunnen opkrikken. Daarbij is de keuze van welk instrument zelfs van secundair belang.
    Bovendien valt de helft van de broeikasgasemissies in Vlaanderen niet onder het ETS. De emissies door gebouwen, voertuigen en landbouw bijvoorbeeld zijn gewestelijke en federale verantwoordelijkheid. Het Vlaamse klimaatbeleid mist ieder ambitieniveau. Zowel de doelstellingen als de financiële implicaties van het Vlaamse klimaat plan zijn te vaag en zelfs de verantwoordelijke minister voor dit plan geeft toe dat de klimaatdoelstellingen niet kunnen gehaald worden. Inspiratie zou de minister kunnen opdoen door het lezen van de impulsnota van Mathias Bienstman: http://wp.me/p3cs8a-6S

Geef een reactie